2026 Renault Clio: This Is The Way
De mensen bij Renault weten wat ze aan het doen zijn tegenwoordig. Laatst bedacht ik me nog even dat Renault in ongeveer tien jaar tijd is uitgegroeid van een (sorry Renault) saai en middelmatig merk voor boomers tot een ontzettend modern merk met geweldige modellen en verkoopcijfers van hier tot Tokio. Kijk, de Captur is er nog steeds en de Captur II (de Symbioz) en de Captur Coupé (de Rafale), maar daardoor kunnen ze ook gave dingen maken zoals de Twingo, de 5, de 4, de 3, uhhh en de Clio! Ondertussen maken ze ook de Colt en alle andere Mitsubishi’s, alle Nissans en binnenkort zelfs de Fiesta. Renault gaat lekker, zo ook met de Clio.
De neus in andermans zaken
Toen de persfoto’s van de nieuwe Renault Clio voor het eerst op het internet verschenen, wist ik het niet zo goed. Ik vond hem wel meteen mooi, maar wel raar-mooi. Net als de Quattroporte uit 2006 of de verpakking van bougies. Iets, al dan iets onbegrijpelijks, trekt mij. Op het internet was hij rood, degene die ik mocht rijden was groen. Dat bleek een hele boel te helpen. Wat een goed ontwerp! Kijk, het lijkt natuurlijk op helemaal niks uit het huidige Renaultgamma. Dat is raar maar niet erg. Ik hoop dat ze meer gaan maken met deze designtaal. Ik zal even per onderdeel uitleggen hoe het zit en wat ik ervan vind.
De smoel
We beginnen vooraan. De grote en uitstekende grille is het eerste wat opvalt. Hij heeft iets weg van het gelaat van een Tapir, ook een kleine uitstekende neuspartij. Het went snel, vooral als je het in het grote geheel ziet. De grille zit vol met (niet meer chromen) Renaultlogootjes die leuk in spiegelbeeld aan weerszijden zijn ge-highlight met wat glimmende saus. De koplampen zijn mijn favoriete designstukjes van de auto. Ze lijken vrij fors, maar zijn eigenlijk niet veel groter dan een bierviltje naar keuze. Het is eigenlijk een soort beamer/laser met daaromheen een gestileerd stuk zwart plastic wat zich op dramatische wijze om die beamer/laser heen drapeert. Gaaf, uniek en heel goed gelukt.
Onderaan de voorzijde vinden we een grote, glimlachende mond die omringd wordt door elegant gevouwen plastic plaatwerk en wordt afgemaakt door twee hoekige dagrijverlichtingslampen die ook fungeren als knipperlichten die tezamen wederom een Renaultlogo vormen. Een mooi geheel.
En Profil
Voor- en achterop de Clio gebeurt veel qua vouwen en vormen, de zijkant is daarom (denk ik) vrij eenvoudig en leeg gelaten. Niet negatief leeg, goed leeg. De achterste deurhendel is vakkundig weggemoffeld in de c-stijl en de skirts zijn mooi en niet afleidend. De pizzasnijdervelgen aan de zijkant zijn heel gaaf met het grote zwarte gedeelte en de diamant gesneden vlakken die als een soort ninjaster de weg voor je openreten. Ze zijn alleen wel moeilijk schoon te krijgen en te houden doordat het geheel zwart, fijntjes gevormd en hoekig is. Maar ach.
Verder is het profiel zelf ook best interessant. Het is een tijdje geleden dat we een auto gezien hebben die zo taps toeloopt aan de voorkant en zo recht wordt afgesneden vanachter. Het doet mij een beetje denken aan de dikkebillenmegane en dat vind ik leuk.
De Kont
Aan de zijkant zie je het al een beetje: het achterlicht. Althans, één van de vier achterlichten. Op de rechte, bijna terugvallende, achterklep vinden we vier gelijkgevormde lichtjes. Zeshoekjes met een zwart randje zweven jolig en sereen op de achterzijde van de Franse B-segmenter. Als ze aanstaan, schijnt een LED-streepje in elk van de vier lichtjes een fijn en gemoedelijk lichtje op de wereld. De middelste twee zitten verzonken in de klep terwijl de buitenste twee vrij rigoureus uitsteken en ook weer door een zwartplastic lijst worden gesierd. Ook het nieuwe Renaultlogo, wat op de eerdere modellen waarop het verscheen nogal wegviel, heeft zijn plekje gevonden op de Clio en maakt de auto daarmee goed af.
Het is het innerlijk wat telt
Als je de deur opent, valt Renault meteen met de deur in huis. Ze hebben een Renaultlogo uitstulpsel gemaakt om nog even te laten weten dat je in een Renault instapt. Dat had je ook kunnen raden overigens aan het dashboard, wat hetzelfde is al nagenoeg alle Renaults die je nu kunt kopen. Wél hebben ze het bekleed met een gemêleerde stof die van kleur wisselt over de lengte van het dashboard en wordt beschenen door een gekleurd LED-lampje. Zoals ik u allen dus niet hoef uit te leggen, werkt dat allemaal gewoon erg goed en prettig.
De deurpanelen zijn nagenoeg helemaal gemaakt van hard plastic. Dat is, voor het eerst in mijn leven, goed opgelost door Renault. Zij plaatsten namelijk een hele chique, met stof en kristalachtig lichtgevend plastic bekleedde strip op die deurpanelen. Ook is het aanraakvlak van de armsteun bekleed met heerlijk zacht (kunst)leder. Alle aandacht wordt daarnaar getrokken waardoor je het eigenlijk helemaal niet opvalt of dus erg vindt dat de rest van de deur vrij goedkoop is. Zo hebben we win-win: goedkoop én leuk.
De stoelen zijn fijn gevormd, zitten erg lekker en zijn ook nog eens mooi bekleed. Ook achterin zit je prima, al moet je niet te lang zijn.
Handbakheld
In de moderne wereld is het bijna uit den boze om nog een nieuwe handgeschakelde auto te verkopen. Ik weet dat Mazda nog handgeschakelde auto’s verkoopt, Stellantis heeft ook nog wat (lees: vierhonderd) modellen die een handbak dragen. En natuurlijk Renault. De handgeschakelde Clio bestaat nog, misschien als hommage naar het verleden. En: waarom ook niet? De huidige generatie benzinemotoren is zo zuinig en verfijnd dat het eigenlijk helemaal niet meer uitmaakt. Als je een beetje normaal inschat wat een zuinig of in ieder geval normaal moment is om van versnelling te wisselen, haal je met de Clio gewoon 1 op 25. Hatsa, zo kan het dus ook. Ik moet wel toegeven dat dat is wanneer je ‘zuinig’ rijdt, geen hypermilen, maar wel oplettend. Bij normaal gebruik van de Clio vind hij het overigens ook helemaal niet moeilijk om 1 op 20 te halen.
Overigens is de pook zelf nog gelijk aan die van de uitgaande generatie, maar daar kan ik me niet druk om maken. Waar ik me wel druk om kon maken (let op: verleden tijd), was de onhandigheid van de koppeling. Hoe ik ook mijn best deed, mijn nekwervels werden als een soort sjoelschijven door elkaar gehusseld. Uiteindelijk, na rondvraag en onderzoek, kwam het erop neer dat de Clio (net als de vorige generatie) een zwaar vliegwiel heeft. Dit is om ervoor te zorgen dat hij, bij het loslaten van het gaspedaal, nog lekker lang blijft doorrollen én dat hij een beetje op toeren blijft bij het indrukken van de koppeling. Beide goed voor het milieu.
Treur overigens niet! Ik voel al jullie computermuizen al op de ‘Bestelling Annuleren’ of de ‘Hybrid 155’ knoppen hangen, maar dat is echt niet nodig. De eerste testdag rende ik rond, gillend op straat, vragend naar antwoorden. Op de tweede dag had ik de koppeling redelijk onder controle en op dag drie voelde ik mij een soort coureur, maar dan met een 1.2. Het jammere eraan is dat ik telkens bij het schakelen toch nadacht over hoe het ook alweer moest. Het is namelijk wel écht anders dan bij andere koppelingen. Dit is zonde, dat haalt toch wat rijplezier weg.
Mosterd bij de maaltijd
Eigenlijk heb ik niet zo veel negatieve dingen te vertellen over hoe de Renault Clio rijdt. Hij is comfortabel, de vering is echt perfect afgesteld en doet het ook met volledige belading erg goed. Hij is niet snel, maar wel prima vlot om veilig en prettig mee te komen met het verkeer, al moet je soms een of twee versnellingen terug. Hij is zuinig, zoals ik al eerder vertelde en hij rijdt stiekem ook best goed! Sportief is misschien een te groot woord, maar leuk is absoluut een goede beschrijving.
Vier mensen erin kan, maar is niet ontzettend comfortabel. Het is, daar kan ik eerlijk over zijn, wel een stuk comfortabeler dan dat ik dacht. Eigenlijk zit je achterin prima al is de hoofdruimte wat summier. Wij doen natuurlijk ook lekker moeilijk als lange Nederlanders, want hoe vaak zitten we nu écht met vier lange, volwassen mensen in een auto? En hoe vaak is dat een B-Segmenter? Precies. We doen het onszelf ook aan.
De foto’s in dit artikel zijn gemaakt door de getalenteerde en evenwel sympathieke Glenn Slopsma.