Toyota Corolla E10: in den beginne

Laatst mocht ik door de lieve mensen van Toyota Nederland en Louwman Museum/& Parqui (specifiek Wouter Spanjaart) samen met fotograaf Rémy Cosenza afreizen naar Den Haag om daar de eerste drie generaties Toyota Corolla te rijden. De Toyota Corolla is dit jaar namelijk zestig jaar oud geworden! Ik begin in chronologische volgorde, dus met de eerste generatie: de E10. De Corolla E10 is eenvoudig maar toch chique. Hij rijdt ook gewoon heel erg fijn, vooral als je bedenkt dat deze al bijna zestig is! Degene die wij reden, komt uit 1968 en is origineel in Nederland geleverd. Het is een volwassen auto en hij komt verrassend goed uit de verf zo in het moderne verkeer.

Technische zaken

De Corolla E10 is een auto van voor de tijd dat je alles maar kon kiezen. Je kan een carrosserievorm kiezen en een kleur en nog wat andere zaken, maar in ieder geval geen optiepakketten of zelfs een motor. Je kreeg een 1100cc viercilinder met stoterstangen en 59pk en dat was het. Die motor is het Toyota K-blok. In 1966, tegelijkertijd met het lanceren van de E10, werd ook het K-blok geïntroduceerd. Het blok bleek zo populair en goed dat het, in ver doorontwikkelde vorm, nog is geproduceerd tot 2007. Dat is 41 jaar lang.

De aandrijving van de auto gebeurt via de achterwielen. Een vierbak met heel lange pook zorgt voor de overbrenging. Het bijzondere toen was dat de pook op de vloer gemonteerd is. In die tijd werd dat in Japan gezien als iets voor vrachtwagens. Sterker nog, ze vonden het concept van vier versnellingen ook maar vreemd. Waarom niet drie? Is de motor te zwak? Ondanks dit risico zette Toyota door met dit concept, dat later enorm populair bleek te zijn in alle landen ooit. Overigens kon je hem ook krijgen met tweebak automaat. Luxe.

Ondanks deze revolutionaire zet is de Corolla E10 redelijk simpel. Hij heeft achter gewoon bladvering en een starre as. Een beetje agricultureel misschien, maar dat is gewoon hoe het ging vroeger. Overigens was het eigenlijk de bedoeling dat de Corolla minder dan 1000cc ging krijgen, dan zou hij namelijk in een goedkopere belastingklasse in Japan vallen. Maar toen kwam de Datsun 1000 met, u raadt het al: 1000cc. Dat kon natuurlijk niet. Het blokje werd snel opgeboord tot 1077cc, Toyota noemde het een 1100 en klaar is Kees. De Corolla was nu premium, je had namelijk 100cc meer. Pak aan, Datsun.

Ontwerp en details

Ik loop jullie even door het ontwerp heen en blijf kort stilstaan bij dingen die mij opvallen. We beginnen vooraan. In het midden van de chromen grille met rechtopstaande en aan de onderkant iets naar binnen afgebogen spijltjes pronkt het Corolla-logo. Het is een rood schild met daarin een letter C en een kroontje erop. Het woord Corolla is afgeleid van het Latijnse woord voor ‘Kleine Kroon’ en past daarmee perfect in het rijtje van de Crown, Corona en Camry (allemaal afgeleid van het woord voor 'Kroon’ in andere talen).

De koplampen zijn groot en rond, de bumper is slank en chique en de dagrijverlichting onder de bumper geeft het geheel net wat meer luxe. De knipperlichtjes op de flanken gelden tegelijkertijd als de knipperlichten aan de voor- en zijkant. Via de zijkant loopt een decoratieve strip over de heuplijn van de auto, die aan de achterkant wat omhoog gaat en uitdijt. De deurhendel is daar, voor zover dat in 1966 kon, naadloos in weggewerkt. Er is maar één zijspiegel, aan de bestuurderskant. Deze zorgt, samen met het cursief geschreven ‘Corolla’ op het zijspatbord, voor een beetje chroom aan de zijkant van de auto.

De wieltjes zijn simpel en elegant met hun stalen velg en een kleiner, chromen dopje erop. De redelijk soepel aflopende daklijn is wat verfijnder dan die van de vijfdeurs sedan en geeft deze Corolla ook een wat luxer gevoel. Vanachter wordt de achterklep gesierd door een chromen strip met daarin Toyota geschreven. Eronder een vierkante plaat en de enkele kentekenlamp weggewerkt in de eveneens elegante en slanke achterbumper. De lichten zijn mooi en verfijnd en staan verticaal netjes naast de achterklep, zoals veel gebeurde in die tijd.

Het interieur is typisch voor die tijd: simpel. De mooie lichtbruine stoelen (ik zou haast willen zeggen: cappuccino) zijn simpel gestikt in verticale banen en omlijnd door een leuke, iets donkerbruine bies. Ze zitten goed en veren lekker mee. Er zijn geen gordels aanwezig. De deurkaarten zijn dezelfde kleur als de biezen van de stoel en kennen geen enkel detail. Het tapijt is overal hetzelfde en heel vergelijkbaar met het tapijt in de gang van een kantoorpand uit 1993.

Ik vind de pook leuk. Hij is heel lang en knikt net voor de grond naar beneden de bodem in. Hierdoor schakel je een soort diagonaal omhoog en van je af. Het went snel. Het dashboard is metaal en gewoon meegespoten met de rest van de auto. Het is echter ook bekleed met een plastic paneel aan de bovenkant, dit heb ik nog niet vaak gezien. Er is een dashboardkastje met logo, twee schuiven voor de ventilator en twee meters: snelheid en brandstof/temperatuur. Oh, en een stuur. Het stuur toont ook een rood logo, ditmaal rechthoekig en met een T. Dat zal wel van Toyota zijn.

pruttelen met plezier

Wij reden de Corolla’s in omgekeerd chronologische volgorde, dus eerst de derde generatie, toen de tweede en als laatste de eerste generatie. Mijn beeld was dus redelijk volledig, maar wel onhandig geplaatst in de tijd. Wat mij opviel, is dat de E10 heel basaal is, maar niet op een slechte manier. Je had in de jaren 60 ook gewoon niet veel nodig, denk ik dan maar. Andere auto’s hadden ook niks. De Corolla E10 heeft een verwarming en een asbak.

Het gezellige motortje liep goed. Geen misfire of onregelmatige loop, gewoon netjes als een vrolijk blokje. Het is allemaal 58 jaar oud ondertussen, dus zo voelt het ook. Maar verrassend stevig, soepel en strak. De pedalen geven alles netjes door aan de respectievelijke instrumenten. De remmen bijvoorbeeld, die zijn niet geweldig, maar wel meer dan ruim voldoende voor de hele lichte Corolla. Ook het schakelen gaat goed. De lange pook laat zich vriendelijk meenemen naar de correcte versnelling zonder moeilijk geknars of gewring. Erg fijn.

Op een N-weg kom je lekker mee. Natuurlijk, je gaat geen straatraces winnen, maar de gemiddelde Mitsubishi Space Star is redelijke concurrentie. De eerste versnelling is kort, daarna worden ze langer. Bij 80 rijd je in z’n vier met al redelijk hoge toeren. Je merkt ook dat de koek dan wel redelijk op is. Herkenbaar voor auto’s uit die tijd. Qua geluid valt het allemaal wel mee. De motor maakt een vriendelijk gebrom, alsof hij wil laten weten dat hij zijn best doet voor je. Een beetje zoals een hond die af en toe achterom kijkt tijdens het wandelen om te kijken of je er nog bent.

Als je een woonwijk binnenpruttelt, moet je ineens ook gaan sturen en over drempels heen. Dit gebeurt op een typische sixties manier. Er is geen stuurbekrachtiging in de auto, maar dat is ook niet nodig. De bandjes zijn smal en de auto is licht, dus het gaat prima zonder. Je kunt lekker analoog tegen de straatstenen aanduwen, dus. In de bochtjes zorgt dat voor een fijne stuurervaring, lekker direct en, en ik haat dit woord, puur. (kots). De vering is prima, maar je stuitert gemoedelijk heen en weer. Vooral over kinderkopjes. De bladvering achter in combinatie met het geringe gewicht maken het niet de meest comfortabele auto, maar het is zeer goed te doen. Vooral ook door de fijne stoelen.

COncludeer het anders ff

Oh, okay. Sorry. Let op:

De Toyota Corolla E10 is de eerste stap van Toyota tot het maken van een gangbare massaproductieauto. Hij gebruikte voor Japan ongebruikelijke systemen (pook op de vloer, vier versnellingen) en zat eigenlijk net een belastingklasse te hoog. Desalniettemin werd het een succes. De simpele maar goede eerste generatie Corolla is na 58 jaar nog steeds een fijn ding. Hij is niet heel verfijnd, maar dat was niks toentertijd. Hij rijdt goed, redelijk vlot en lekker makkelijk. Er zit niks op, dus niks kan stuk. Maar ja, we hebben het wel over een Toyota, dus dat gaat het waarschijnlijk toch niet. Doe mij maar een driedeurs sedan met tweebak automaat. Zo’n pook op de vloer vind ik toch wat… tsja. Agrarisch.

Wie weet wat de volgende Corolla wordt?

Volgende
Volgende

Opel Campo: Dwars, rot en fantastisch