Mercedes-Benz 300 E W124: Boekhouderbeuker

Mensen met stijl en klasse (en tokkies uit Limburg) rijden Mercedes-Benz. Okay, laten we eerlijk zijn: vooral die laatste. En kermisuitbaters, aannemers, mensen die de snelheidslimiet van de Witte de With niet geloven en Stendert Terhorst. Maar, deze Mercedes komt uit een andere tijd. Een tijd waar je nog een E-Klasse kon bestellen met 3.0 zescilinder, een groen interieur en verder niks. Een kale raket, dus.

Waar hebben we het eigenlijk over?

In dit geval heb ik een Mercedes-Benz 300 E uit negentienvijfentachtig gereden, dat is dus de W124 generatie voor de liefhebbers onder ons. De kleur die deze Benz draagt, een grijsgroene mix van olijven en een hip VT-Wonen interieur, heet Silberdistel. Het interieur past mooi, dat is namelijk allerlei tinten bosgroen. Stijlvol, vind ik zelf.

De motor is een 3.0 zes-in-lijn met katalysator die 179pk levert richting de achterwielen. De versnellingsbak is een ontzettend soepele G-Tronic (spreek uit als Gay-Tronic, hoop ik) automaat met vier versnellingen. Zowel voor als achterin heb je ruimte zat, de vering in de stoelen en banken egaliseren alle putjes en deukjes waar de vering onder de auto nog niet aan toe gekomen is. De achterveren op deze W124 zijn ooit vervangen door taxi-exemplaren. Dit betekent dat deze ietsje meer hobbelt dan gewoonlijk. Maar, daar kan ik me overheen zetten.

De specifieke samenstelling van deze Benz is interessant. Het is namelijk een 3.0 met automaat en zonnedak, maar zonder eigenlijk alles, verder. Er zitten geen elektrische ramen in, maar wel vier zwengels (waarvan één zielig en in vier delen in het dashboardkastje licht). Van origine is in deze ook geen airconditioning gemonteerd, maar later is dit wel toegevoegd met wat aftermarket knopjes die niet helemaal doen wat ik dacht dat ze deden. Er zit ook een knopje op die de hele boel doet ontwasemen, maar ik begrijp niet wat dat knopje precies doet of wat er op staat afgebeeld. Het zal allemaal wel, het werkt.

Ook de stoelen moeten handmatig worden bewogen en er zaten origineel wieldoppen op en géén rechterbuitenspiegel. Die zijn nu ondertussen vervangen voor velgen en wél een rechterbuitenspiegel. Stendert (de huidige eigenaar) is van plan de auto weer in ere te herstellen. (dit is ondertussen gebeurd).

Algehele gevoelens van superioriteit

Je vertrekt rustig, de centrale deurvergrendeling die naderhand is ingebouwd zorgt ervoor dat de deuren en de achterklep onregelmatig en asynchroon openen. De mooie en solide-voelende kluisdeuren kunnen worden geopend en er kan plaats worden genomen op de zachte en stuiterende bestuurdersstoel achter het enorme zachtrubberen stuur met giga-toeterknop. Starten gaat altijd en met goesting. De elektrische antenne maakt meer geluid dan de motor. Perfect.

Ik parkeer thuis altijd vooruit in omdat ik dan heel cool a la Sjonnie Flodder zo kan heen en weer veren terwijl ik tot stilstand ben gekomen en aan het uitstappen ben, dus voordat ik vertrek moet ik achteruit uitparkeren. Omdat de W124 een beetje taps toeloopt, zie je niet waar de auto eindigt. Maar, het achteruitrijden betekent wel dat ik mijn favoriete ding allertijden in een auto mag gebruiken: een ratelpook. Van P naar R is slechts twee stapjes, maar toch voelt het als een heel spektakel. Vooral ergens aankomen is fijn, dan mag hij helemaal van de D naar de P. Waanzinnig. Dan kan je gaan rijden en dan wordt het pas écht leuk.

opzij opzij opzij

Als je wegrijdt met een koude auto, blijft de auto voor het eerst nog eventjes ietsje langer in de eerste versnelling hangen. Ik vind dat een leuke karaktereigenschap van deze auto, dat maakt hem gezellig. Maar, met een warme auto merk je pas echt waartoe ‘ie in staat is. Rust overspoelt je als je in de W124 rijdt. De bak is soepel als boter, de motor is dat ook. Een geruststellend geluid van dingen die gebeuren komt onder de motorkap vandaan. Ik hoor lucht door de motorruimte gaan, ik hoor zachtjes het geroffel van zes ontploffinkjes die elkaar netjes opvolgen. Het is een fijne bedoening.

Maar dan! Een meneer met een baard en een kaal hoofd verschijnt! Hij rijdt in een BMW 318i van de E46 smaak en hij wil stoer doen. Je kan niets anders doen dan laten zien dat jij stoerder bent, natuurlijk. Wat hij doet is heel veel gas geven, moeilijk met de hand schakelen en vijfhonderd milliliter olie verbruiken. Wat jij doet is het gaspedaal indrukken, de kickdown activeren met het laatste doordrukstukje van het gaspedaal en er kei- en keihard vandoor schieten.

De zescilinder doet waar hij zin in heeft: gek worden. De bak schakelt een verzet terug, de motor begint te gillen en trekt netjes door tot zo’n 6300 toeren per minuut. De vering in je stoel wordt ingedrukt door je lichaam en je schiet makkelijk van de 100 naar de 140 in luttele seconden. De 318i is uitgeschakeld, maar de E300 wil meer. Schreeuwend van woede blijft de drieliter je voortrekken als een boswachter die een wildkampeerder voorgehouden wordt. Woest is ‘ie. 180 passeert, 190 ook. 220 is het limiet waarvan ik weet dat hij het kan. Wind waait woest door de ster op de neus. Waar is de Autobahn, hoor je de auto denken. De Autobahn is waar jij wil dat hij is.

Karakteristiek kapot

Natuurlijk praten we hier over een auto die zeer recentelijk zijn veertigste verjaardag gevierd heeft. Dit betekent dat er allerlei dingen niet helemaal op rolletjes lopen, maar dat hoort erbij. Zo heeft de vorige eigenaar namelijk ruzie gehad met een overstekende haas of andersoortig kleinschalig knaagdier. De haas heeft verloren, maar nu zit er een gat in de bumper. Er zitten ook gaten in het dashboard, althans, scheuren. De koudeluchttoevoer gaat niet meer dicht dus je hebt altijd een soort sneeuwstorm in het midden van de auto wat betekent dat je dat moet compenseren door de twee zijgaten op 24 graden te zetten. Op die manier worden de ventilatieroosters zo heet dat je ze niet meer kan gebruiken. Super!

De bekleding op de deurpanelen trekt krom en eentje zit niet helemaal vast, alles kraakt en de dagteller tikte irritant, maar na een kleine reparatie doet geen enkele kilometerteller het meer. Maar, dat hoort er allemaal bij. De auto is verder in waanzinnige staat. Daarnaast is hij veertig jaar oud. Ik kan mij niks herinneren wat ik al veertig jaar heb en gebruik zonder dat het een beetje wear and tear kent. Maar dat komt waarschijnlijk ook omdat ik 27 ben.

Vorige
Vorige

Toyota Crown Majesta: ケーキの上のアイシング

Volgende
Volgende

Nieuwe Panda vs. Oude Panda